Guilie 2

Dit is een tweede stukje uit "SPEELT GUILIE* NOG MET KEDAATJES? Herinneringen aan een jeugd in Utrecht". Dit is het stukje uit de woonomgeving in de jaren '50 toen we op Leidseweg 74 woonden en het Suikerterrein volgebouwd werd: weg speelruimte.

GrvRtracees

Op het Suikerterrein - er had van 1871 tot 1907 een Beetwortel-Suikerfabriek gestaan op de plek van de Rijskmunt- achter het huis, waar later de Jaarbeurs en de Graadt van Roggenweg zouden komen heb ik fietsen geleerd. Midden op het terrein lag een (leeggeschoten?) trafohuisje of zoiets (of was het een restant van het oefenterrein van de miltairen?) met de prozaïese naam "'t Pishuisje". De Paul Krügerbrug (1939) lag er al. In ieder geval rechts of links af de brug over naar de Kanaalweg want meer weg was er nog niet. Langs het kanaal lagen veel fabrieken (o.a. het Jongerius-complex). De fabrieksarbeiders liepen in die tijd in grote drommen over de bruggen de stad in naar huis, ik denk dat halverwege de pispauze dan was.

Gerard zijn moeder had op zolder een pottenbakkerij ingericht: ovens etc. ze maakte vaasjes en beeldjes, hoofdzakelijk hertjes in allerlei maten. Vanaf die zolder schoten we ook met een luchtbuks op het (nieuwe) hek langs de Leidserijn, vooral vlak achter fietsers langs. En als dat een politie-agent was, des te leuker.

Ergens door een poortje achter de huizen van de Leidseweg was een voormalig timmerwerkplaatsje met veel houtkrullen onder de vloer, daar speelden we heel geheimzinnig onder de vloeren, erachter was al een betonnen schutting. Daar werd de Graadt van Roggenweg aangelegd. Aan de overkant hadden ze zulke diepe kuilen gegraven dat je onder de fundering door onder de vloeren van de kazerne kon komen: heel spannend.

Op woensdag middag gingen we vaak "de stad in". Hangend achterop een kar van Van Gend & Loos kwamen we daar vanzelf. Er was altijd wel iets te zien of te beleven, ieder straatje en steegje binnen de Singels kenden we. Ook schoolvriendjes woonden in de stad: Corry van Girrel en Jan v.d. Wal -transportbedrijf- in de Haverstraat. Pietje van Luin -electriciteits/lampenwinkel Potterstraat en Herman Willemsen uit wijk C-. Dat was in de jaren dat er op het Vreeburg nog kermissen en circussen stonden achter die grote bakstenen Jaarbeursgebouwen en de houten paviljoens. (Piet gevonden in 2011!).

Ertegenover de schoenwinkel van Van Haren waarvoor mijn vader de verbouwing ontworpen had. Ernaast van Dillen IJzerwaren met de lopende band in de etalage waar van alles op stond en waar de meccanodozen aangeschaft werden. Op de Lijnmarkt was ook een zaak in ijzerwaren: Lekkerkerker van de familie Tolzmann. Die reden toen al met witte petjes op in een cabrio. In de Loeff Bergmakerstraat was een (sier)smederij, waar allerlei ontwerpen in ijzer omgezet werden (van Staveren?).

Er was ook een tijd dat we 's-morgens al om zes uur in OZEBI gingen zwemmen, later ook wel zelf met Han en schoolvriendjes op woensdagmiddag.

We gingen ook wel eens roeiend de stad in. In het park bij Triton woonde een zonderling in een woonboot en die verhuurde roeiboten voor 50 cent. Langs de Leidseweg richting stad, door de donkere tunnel naar het Leidseveer en zo de singel op. Dat was al een heel eind, de Oudegracht hebben we nooit gehaald..

Een andere bezigheid was naar de boomgaarden achter de Kanaaldijk -heette dat daar niet Welgelegen; in ieder geval als je over de sloot kon komen hingen de appels en peren voor het grijpen. Totdat de boer met de hooivork kwam en je geen andere keus had dan door de sloot terug te springen.

Daar was ook het voetbalterrein van "Utrecht" of Zwaluwen Vooruit?, daar werden ook wel zomerkampen gehouden, voor de ondervoedde oorlogsjeugd? Han en ik gingen daar ook eens heen, tussen de middag kreeg je dan een fles melk.

Aan het eind van de Kanaaldijk was het openlucht zwembad de Liesbosch, vanaf 1 mei geopend tot 15 september voor fl. 2,25 had je een abonnement (ik heb het nog! 1954). Vaak moesten we er lopend er naar toe want dan kostte de fietsenstalling niks. En o wee als in de kleedhokjes je kleren -je onderbroek b.v. gepikt werd, want dat was in die tijd heel gebruikelijk. Na-oorlogse schaarste of armoede?

Ik ging met Gerardje vaak de hond (Preston -Drentse Patrijshond- zie foto gekregen in 2000) uitlaten naar de Händelstraat. Of op zaterdag de bakker van de Lubro helpen in ruil voor een puntbroodje (kostte 5 ct geloof ik). Die bakkerskarren stonden in een poortje dat er nu nog is. Oorspronkelijk kolenopslag (met prijslijst als muur'schildering').

Naast Gerardje woonde een familie met een moeder met grote tanden: mevrouw Koeietand. En verderop natuurlijk de winkel van Mies Kok. In 1965 is ze nota bene vermoord bij een overval in de winkel!

Gerard zijn vader had nabij de Hema een werfkelder en die mochten/moesten wij eens opruimen: veel glaswerk etc. het moest weg en dus gooiden we geloof ik alles eerst maar kapot.

In de Krügerstraat (waar mijn vader en moeder voor de oorlog op no: 2bis woonden) hadden we ook wel speelmaatjes, dezelfde die bij ons over de schutting klommen om appeltjes te stelen. Een ervan was Bertie Dix, die hadden een trappenfabriek in Woerden(?). De familie Lausberg woonde er ook (kennissen van mijn vader en moeder). Er naast was een garage waar de Consul, later de Peugeot gestald werd.

We deden ook wel nuttig werk om een centje bij te verdienen: voorruiten wassen op het parkeerterrein van de Jaarbeurs midden op de Graadt van Roggenweg (zie foto Bwk Wbl 1958 (p.310).

Van de vriendjes die in de Daendelstraat woonden moesten ze thuis niks hebben dus daar werd maar over gezwegen. Op de hoek daar zat wel de sjieke banketbakker: Koudijs die spoorpunten en zakjes kruimels verkocht. Verderop zat slager Blom. En weer op de hoek Leidsekade melkboer de Kogel (zie tekst J.P.Coenstraat). Foto Ekdom, hoek Kanaalstraat is tot 2006 gebleven.

Als ik thuiskwam tussen de middag moest ik altijd eerst boodschappen doen bij de melkboer de Kogel aan de overkant: hoek Leidsekade/J.P. Coenstraat. M'n fiets wordt eens 'gestolen', maar blijkt later bij de melkboer vergeten te zijn, maar toen had ik al een andere fiets gekregen, gekocht bij een tweedehandsfietsenwinkel bij de Asch van Wijckkade. Die fiets kwam nog een keer terecht onder de auto van Van Brummelen: het was glad en ik reed 's-morgens naar school, ongeveer bij no 65 moest ik remmen en ging ik onderuit, mijn fiets gleed de weg op onder een auto (Citroën DS) en die werd bestuurd door Van Brummelen. Ik geloof dat alleen het stuur scheef stond. Onze reguliere fietsenmaker was in de Damstraat (Rijwielhuis Super). Daarnaast was een café waar ik later wel eens binnen zou stappen ;-)

Aan het einde van de dag was er altijd de vaat. Ook boodschappen doen met Han was onze taak: bij de Boer op het Herderplein (bosbessenjam, . . . en flessen Riedel? aanbiedingen?), idem Anton de Ru (de Kruidenier voor U) in de Damstraat en op zaterdagavond naar de markt op het Paardeveld: stroopwafels en Friese nagelkaas halen. Maar vergeet de Lombok Winkelweek niet! Altijd pret.

Een hoogtepunt is deze jaren was het schaatsen op het Merwedekanaal in februari 1956. Inmiddels is deze film te zien in het Utrechs Archief, klik HIER!

LW53
item2
item5
kopie1
Krugerstr2s
LwKoogels
NuSuper
AdeRus
naar boven
Guilie 2naar boven