muziek 2

Ja, na veel jaren begon het weer te kriebelen: toen op de TU Eindhoven het werk teveel aandacht vroeg leek het tijd te worden weer een hobby te "nemen". De contrabas stond al die jaren als een meubel stof te vangen in huis. Hé, waarom ga ik niet weer spelen?

Cbas170x241shkl

In het vroege voorjaar van 1978, het afstuderen aan de Academie, het ontwerpen en (laten) bouwen in Oosterhout was al weer ruim achter de rug, kroop om allerlei redenen het bloed waar het niet gaan kon en ontstond vrij plotseling het plan om weer te gaan spelen. Inmiddels werkte ik in Eindhoven (op de TH).

Mijn inmiddels oude contrabas bleek bij nadere beschouwing niet veel meer dan een onherstelbaar wrak. Bezoek aan Jan Goezinne (overleden in 1986, ik ben daar nog geweest: na de begrafenis bij hen thuis viel zijn eigen bas om . . . .) die inmiddels al jaren zelf niet meer kon spelen schudde eens met zijn wijze hoofd. Hij raadde me vioolbouwer DIM te Scheveningen aan. Daar bleek alras dat hij met het repareren zo'n vier weken bezig zou zijn, even snel gerekend betekende het dat voor een vergelijkbare kwaliteit dus zo'n Fl. 4000,- betaald kon worden. Hij bracht me in kontakt met Henk Suiker aan de Vaillantlaan, die naar later zou blijken een berucht contrabas handelaar was (hij is inmiddels overleden). Bij toeval gaf ik op zijn stereotiepe vraag: "Hoeveel geld heb je bij je?" het goede antwoord: "Het geeft niet wat het kost als het maar goed is". Met deze toverwoorden deed Sesam de voordeur van een woning verderop open: de contrabassen stonden kamers vol in het gelid met emmers water er tussen. Een aanblik om nooit te vergeten, zoiets zie je vermoedelijk nergens meer. Na er drie maal geweest te zijn heb ik er dan een uitgevist: een 4/4 Pavlovski (DDR), mooi en groot, maar vooral heel en dus sterk. Hij was er ook in vioolmodel. Ook een met 'borduurwerk' erop, wat een moois. Prijzen tot Fl. 24.000,-!! Later bleek dat oude klassiekers meer dan het dubbele kostten.
De keus tussen oud, duur, kwetsbaar en nieuw, maar weten wat je hebt heb ik bewust gemaakt. Uiterlijk en houtkwaliteit kon ik zelf beter beoordelen dan klankkwaliteiten.
Achteraf blijkt het een goede prijs-kwaliteit verhouding geweest te zijn (blijkt uit taxaties jaren later).

Ik ben aan het spelen met anderen geraakt door een artikel over een beginnend jazzbandje in Made: de "Ragtag and Bobtail Band". Een gezellige tijd en goed om een instrument weer te leren bespelen (dacht ik). Dat opnieuw leren heb ik zelf gedaan, met de oude studieboeken en de strijkstok! Schema's schrijven en lezen moest weer van voren af aan, daar had ik niets meer van! Ik begreep ook niet hoe ik dat vroeger gedaan had: van die schema's klopte weinig. De drummer -Emile- werd al spoedig een huisvriend, hij gaf de jongste zoon -Bas- gitaarles. Ook nu ging alles -achteraf- weer vrij snel: in januari '79 kon ik me in Hoogstraten, België aansluiten bij het huisorkest van de Marckriver Jazzclub. Daar was ik beland door kontakten die ik inmiddels in de R.T.C.B. had opgedaan. Ik maakte zo ook live kennis met het fenomeen New Orleans jazz. Het sprak me erg aan, maar het spelen vond ik problematisch. Niet omdat het moeilijk is, in technisch opzicht juist helemaal niet, maar juist vanwege zijn eenvoud in de notenstruktuur.

Van de band in IJsselstein, die uiteindelijk SAS is gaan heten, waar ik het allerlaatst aktief was geweest, ontvang ik een uitnodiging om het 10-jarig bestaan bij te wonen op 25 november 1978. Het adres hebben ze via George van Gameren achterhaald. Het is wel een raar toeval, precies die 10 jaar dat ik de contrabas nauwelijks had aangeraakt. Op de begrafenis van George (14 nov. 2014) kwam ik weer een bandlid tegen.

Het werd wel weer leuk; via deelname aan de oude stijl jamsessie bij Oncle Jean in het Ginneken -ik speelde nog geen jaar- en de Marckriver JB stond ik plotseling met Sammy Rimington te spelen in de Discobell te Hoogstraten. Van gezicht kent hij me nog wel, maar van die avond weet hij gelukkig niets meer!

Naar het verleden kijkend: in mijn platenkollektie (EP) vond ik een collector's item: Louis Armstrong met zijn Hot Five/Seven. Nota bene uit de winkel van Cedor. Altijd wel leuk gevonden, maar van die muziek nooit iets gekocht. Tot mijn schrik herinnerde ik me een Newport Festival (1970), waar enkele fenomen te zien waren. Het zei ons toen weinig eerlijk gezegd. (Het boekje van die avond heb ik later aan Eddie Sabbe gegeven). Het was toch een vreemde tijd: De Doelenzaal liep joelend leeg toen Miles Davis als herboren met zijn nieuwe 'sound' optrad. Daar bleven wij voor zitten.

Vrij snel na het begin bij de MNOJ werd ik gevraagd bij de Alpinorleans om de bassist tijdens het Breda Festival ('79 en '80) te vervangen. Dat was het begin van een lange serie optredens, bij diverse bands, op het festival in Breda. Ook in de Belgische jazzclubs, zoals het Veerhuis in Klein Willebroek -eind 1989 gesloopt- heb ik vele muzikanten leren kennen. Op de Alpino's volgde de New Orleans Music Company, daar hadden we vooral veel plezier. Net als de drummer van de Ragtag and Bobtail Band zou jaren later de trombonist van de NOMC mee gaan naar België.

Voor de Pavlovski bas werd een Polytone Minibrute III met element aangeschaft in de winkel van Joop Hendriks (SOL), later kwam daar een Underwood element bij en tenslotte in 1981 werd een Van Zalinge-bas aangeschaft. Overigens is de Pavlovski ook door Henk van Zalinge getuned. Hij had toen net besloten van alle bassisten die bij hem langs kwamen een foto te maken en ik was de eerste nota bene! Ik heb er nog op een contrabas van Ruud Jacobs staan spelen zodat hij het geluid beter kon beoordelen. Later ben ik nog eens langs geweest om de krul van de Van Zalingebas te laten lijmen. Henk is 5 feb. 2006 overleden, zijn as is op het Zandvoortse circuit uitgestrooid. De kam van Henk is verstelbaar gemaakt door Hans Nugteren.

De 'moderne' variant van de jazz . . . Bij Niko Langenhuijzen had ik al eens deelgenomen aan een workshop: dat was nog eens iets anders: hard spelen en alle noten goed, hè. Daardoor aangemoedigd heb ik me aangemeld voor het de workshop van het Meervaart Jazzfestival ('81). Dat ging dat jaar onder leiding van het James Clay kwartet -een tamelijk onbekende texas tenorist- met Roland Hanna op de piano (Chopin . . . ), Mel Lewis op drums en Marc Johnson op de contrabas (die had net drie weken tournee met Stan Getz achter de rug in Italië). Drie dagen privé onderricht deed me beseffen dat er nog veel te doen was, maar ik wist nu tenminste wàt. Hij raadde me aan John Clayton op te bellen. Met zo'n introduktie kon ik dat wel doen leek me. Maar mijn 'liefhebbers-optie' leek hem niet. Hij verwees me door naar Adrie Braat. Daar heb ik uiteindelijk tot zomer '88 veel geleerd. Vooral die eerste weken: afleren wat ik al 'kon'.

Via MJB in Breda kwam ik in kontakt met Michiel van Zundert. Bij de toen opgerichte groep Saxtet+ heb ik vlot van muziek(noten) leren spelen. Voor een bassist altijd wat moeilijk omdat die gewend is gewoon van akkoordenschema's 'live' zijn eigen noten te spelen. Daarnaast ook een workshop onder leiding van Hein v.d. Geijn.

De NOMC wordt 'verwisseld' voor de Paradise Jazzband (1982): Maarten Kamphuis staat op de stoep om te vragen of ik Jan v.d. Berg, die ik al jaren ken uit Bredase oudestijl leven, kan vervangen wegens -nogal ernstige- ziekte. Voor één jaar, nóg een jaar (en uiteindelijk zal het tot 1988 duren).

In 1983 neem ik nog eens deel aan een Meervaart Workshop in Amsterdam o.l.v. Arnold Dooyeweerd met opname voor de VARA-radio aan het eind. Zo langzamerhand heb ik bijna alle bekende nederlandse bassisten wel eens ontmoet. Vooral ook bij de "Ploeg' concerten door Joop Hendriks georganiseerd.

Saxtet+ houdt op te bestaan en vanuit MJB ontstaat het MJB Kollektief, een bigband-formatie. Dat duurt twee seizoenen tot medio '85, weer veel lezen, maar daarnaast ook vrijheid. En Jan Cees Tans' Workshop!!

Naast alles blijft de MNOJ nog steeds aktief: in het seizoen 85-86 vieren we het 10-jarig bestaan met het uitbrengen van een LP: 10 JAAR LATER, een hoogtepunt in het Hoogstraatse.

Er hadden de afgelopen jaren wel grote veranderingen plaatsgevonden: Harry van Gompel overlijdt in 1981 als ik met mijn vriend Marius per zeilboot naar Denemarken onderweg ben, Willy Verschuren stopt met spelen als blijkt dat Emiel hem wil vervangen, Staf Mertens stapt na jaren twijfel op: hij wil eigenlijk niet méér spelen dan alleen in de club en we vinden Vincent bereid om zijn plaats over te nemen, Kees vindt (eindelijk) echt werk: als vrachtwagenchauffeur is hij te vaak laat thuis en moet het trompet spelen opgeven in het 9e jaar van de band. We vragen Eems zijn plotselinge vertrek te verzachten: van enige nederlander in in een belgische band zijn we dan met vier!

In die periode gebeurt er bij de Paradise ook van alles: Frans van Wasbeek is erbij gekomen, zijn vrouw is een Poolse. Daardoor is er een mogelijkheid naar Polen te gaan: de reis naar Gniezno en Bydgoszcz. Een hele ervaring, om het maar kort samen te vatten. Berry Schuuring was als oud-drummer terug uit Curaçao ook weer in de band opgenomen. We hebben samen veel plezier: vooral als we na de tournee met z'n vieren nog op eigen houtje een rondje Polen doen. Dat jaar hebben we ook de dan net opgericht Prowizorka Djez Bed leren kennen. We gaan een jaar later opnieuw naar Polen, Warschau: het Gold Washboard Festival, slecht voorbereid -terwijl veel oefenen voor de PJB een eerste levensbehoefte was- best wordt het niet ("leuk voor een café", wordt er gezegd en terecht).
In 1986 viert de PJB het 15-jarig bestaan, de sfeer is dan al niet meer zó best volgens mij. Als we in '88 naar Dresden gaan is voordien al zo veel ongenoegen en (weer) zo weinig muzikale voorbereiding, dat de ontknoping nabij lijkt.

De Kerstvakantie van 1987-88 gaan we met de Cotton City Jazzband naar Leysin, de Club Med op voorspraak van Maurice van Eijk (Morre): een luxe uitje. Na een week worden we van onze kamer gezet en "moeten" we in een eigen appartement: 5 sterren met uitzicht op de besneeuwde bergen!! Je komt hier makkelijk 10 kg aan.

In Dresden hebben we veel plezier (samen), maar de manier waarop de jongens en vooral meisjes zich gedragen is net of we met de padvinderij weg zijn, weinig toonbeeld van 'professioneel' (muzikanten)gedrag. Vlak voor het optreden nog even naar het hotel om uit te rusten of tegen de 'zenuwen': in ieder geval nooit aanwezig als er voorbereidende besprekingen met de organisatie zijn enzo. 's-Avonds naar bed i.p.v. de jazzkelder: vreemde mensen ("eng hoor, misschien moet je wel met anderen spelen"). Kortom met een knal is het na de terugreis gebeurd. Leuke tijd, maar muzikaal gesproken veel te lang blijven hangen.

Na enige tijd belt Jan v.d. Berg op om eens in te vallen bij de Rivervillage Jazzband: een verademing na het enge op afspraak spelen van de PJB en in overleg besluiten we dat ik blijf (Kerst '88). Heel 1989 gaat het erg leuk, later blijkt dat ik in dat jaar nog nooit zoveel gespeeld heb in één seizoen, dat is tot nu toe een absoluut record. Volgens mij is het zelfs teveel, in aanmerking genomen dat we in de vakantie's struktureel naar Salvatierra willen.
In de RVJB ging het voorjaar '90 ook rommelen. We hebben een vergadering op de verjaardag van Jan, we stellen voor er dan maar mee te stoppen met de RVJB, maar daar voelen de heren niet voor! Enige tijd later praten we toch maar eens voorzichtig over een andere samenstelling van dè of een band. Die band is in onze gedachten al Dixiesix gaan heten en bestaat dan uit zes mensen. Met twee optredens voor de boeg die er zijn mogen in het Dordtse; het Phil-feest en Chris Barber.
Met Dixiesix en de Marckriver ga ik het nieuwe seizoen '90-'91 in. Het zal tot 1996 duren, dan is het genoeg!

In 1991(?) dient een nieuw orkest om eens mee te spelen zich aan: Jeggpap. Emiel Leybaert belt op voor een paar optredens in het Brusselse. Tegenover Manneke Pis maak ik een dolle avond mee, onder het spelen belt Jan met mijnheer Leffe zelf . . . Jeggpap N.O.: van N.O. naar Swing een mix van stijlen. Als Zanello weer eens niet kan kom ik zelfs in Noord Frankrijk terecht, wel ver hoor.
In 1999 wordt ons eerste kleinkind geboren; dat weet je ruim van te voren, dus in juli zullen we niet in Spanje zijn, zoals dat de laatste tien jaar de gewoonte was. Als de nieuwe Jeggpapleider Peter Verhas belt met de vraag of ik 2 weken mee naar Griekenland wil, is het familieberaad in 10 minuten rond: ga jij maar.
Op advies van Adrie maar een kist getimmerd voor de van Zalingebas. Beetje duur als overgewicht, maar wel nuttig gezien de schade aan de wielen, en handig als thermisch geïsoleerde bergkast. Na een dag geeft de Polytone het op en ga ik verder op de versterker van de pianist (René . . . ). Henk de Looze op tp, en Patrick Wante(d) op drums met een veelzijdige ervaring, o.a. 7 mnd op Kreta. Muzikaal is ook 40 jaar muziek rond: we spelen het zelfde repertoire als de Avalon op Texel (bandopnamen gemaakt) en komt dus meer uit het Realbook dan uit het verlaten N.O. repertoire. Daar is veel over gesproken, aldaar.
Gigi als impresario zorgt voor de uitstappen en past op de Polytone, voor de sfeer zijn de foto's. De uitnodiging voor volgend jaar is per E-mail reeds ontvangen, er komt echter niets meer van: te warm en te duur achteraf.

Het TU-werk is inmiddels tot hobby verheven en vult ruimschoots de vrijgekomen tijd: lekker thuis in het weekend i.p.v. 's-nachts naar huis rijden en de halve zondag verslapen. September 1998 keer ik als docent post HBO terug op de oude stek: de HTS aan de Vondellaan op 10 autominuten van de RdMz te Zeist. Gert Lutters staat nog achter de 'bar'. Na even nadenken (33 jaar!) roept hij: "Eddy! en jullie zaten daar". Drie decennia zijn snel bijgepraat, hij woont aan de Koningslaan (onderweg naar Zeist). Zo komt ook Michel een keer langs en het gaat gelijk over Barcelona 1963. Hij is al met pensioen. Hansje woont nu in Vianen. Bep woont in Zuid-Afrika . . Met George was geen kontakt meer. Charlie Stüger zat in Driebergen. Hans en Michel hebben nog lang in het Utrechts Jazz Orkest gespeeld bij Gijs Hendriks (repeteerden in de HTS; met bijbehorende -drank-verhalen). Zo zijn 35 muziekjaren opeens weer rond.
George en Hans zie ik weer samen in De Meern bij het Utrechts Jazzorkest, zo is deze cirkel ook weer rond. Helemaal als we samen weer een Jazz Night in het Tolhuis in Utrecht doormaken. Adrie is er ook met de DSC.

Veel te spelen blijft er niet over totdat Frans van Wasbeek een reisorkest in elkaar heeft getimmerd: De Dutch All Stars, dat dit een naam was uit het verre Nederlandse jazzverleden deert hem niet en onder deze naam gaan we in najaar 2001 en opnieuw in 2003 naar Polen.
 

In november 2006 ontmoet ik Dolf Alberts (oud-trompettist) weer, nu in de Knauf vut ;-) en in maart 2007 zelfs de Luttersen weer samen met George om de tafel in Maarssen. Charlie woont in Laag Kanje!! In nov.'14 overleed George en een jaar later overleed Michael ook. Het wordt stil hier!


Het spelen blijft meestal beperkt tot een enkel concertje in de Marckriver Jazzclub die in 2011 35 jaar bestaat en feestelijk wordt opgeheven op 15 mei 2011, maar soms spelen we toch vaker en een enkele keer met een hele andere bezetting zoals in de Jazzclub Oosterhout op 23 januari 2011.

RTBTband170x176shkl
M N O J
Alpinorleans
N O Music Cie
Meerv1s
Meerv1s
Meerv1s
Meerv1s
Meerv1s
saxtet170x226shkl
saxtet170x226shklsaxtet170x226shkl
saxtet170x226shkl
MNOJ10170x174shkl
Paradise Jazzband
Leysin
Dresden
Rivervillage JB
DixieSIX
Griekenland
naar boven
Utrecht toen?
D A S in Polen
Marckriver Jazzclub
Jazzclub Oosterhout
muziek 2M N O JAlpinorleansN O Music CieParadise JazzbandLeysinDresdenRivervillage JBDixieSIXGriekenlandnaar bovenUtrecht toen?D A S in PolenMarckriver JazzclubJazzclub Oosterhout