Beestenboek

Van de dierenfamilie hebben we een 'dagboek' bijgehouden, voor degenen die niet genoeg hebben aan de plaatjes op de Dieren pagina staat het hieronder.

Lady (1960) is met ons mee naar de boerderij verhuisd in september 1965. Heeft de verbouwing en de 'overstroming' meegemaakt.
Op een zondagmorgen begin 1967 is Lady (te) lang weg: we kunnen hem ook niet vinden in de buurt. Aan het eind van de middag vindt Aty haar toch: in het hoge gras aan de overkant, aan- en doodgereden op de dijk . .

Vanaf het voorjaar 1966 hebben we konijnen [neg.15-e.v.].

De eerste kat is bij de groenteman aan komen lopen, hij was heel Groot Ammers al rond geweest: we noemen hem Mikkie (voluit). Daarna komt Tijgertje, ergens uit de buurt gekregen (v.d. Wal?), maar na de kattenziekte van Mik gaat Tijgertje dood tijdens de Boottocht op de IJssel met de HBO (160468).

In het voorjaar '67 komt er een klein geitje met Tommie spelen [neg.19-21].

Barbertje komt in aug. '68 uit Peize mee na een logeerpartij bij Jan en Ineke, na korte tijd wordt 'ie ziek en laat het leven (eind'68): Mik is weer alleen.

In sept. en oktober '68 hebben we weer een boxer: Buddy, maar als hij weer achter de schapen aangaat moet hij weg. Dan komt het kleine hondje Tigri (081168) slaapt met een poes in de mand. Foto dec.'68: twee katten, een geit en Tigri in de keuken [neg.27-32]. Bas vindt Tigri ook erg lief [neg. 28-18 e.v.].

Bij een oude verpleegster in Rotterdam kunnen we een kater halen, een tweede tijgertje: Pluis (juli'69). Mik heeft weer een, zij het klein, vriendje. Pluis slaapt met Piep de Muis in de krantemand (foto). [Ik geloof dat we hem toch weer tijgertje zijn gaan noemen?]

Buurvrouw v.d. Wal heeft een nest katten: de familie Smurf. Katja Smurf komt van tijd tot tijd op visite, vooral Pluis kan dan lekker vechten. Ook Tommie ziet wat in deze poes en neemt haar regelmatig mee naar bed. UIteindelijk gaat hij dan maar vragen aan de buurvrouw of Katja Smurf bij ons mag blijven. In werkelijkheid was dit al lang zo. Ook Dikke Smurf komt in deze tijd regelmatig logeren.

De kattenfamilie is nu 3 katers en een poes groot. Tot voorjaar 1970 blijft dit xzo dan is Katja in blijde verwachting, zelf nauwelijks één jaar oud. In mei (1970) is het dan zover: twee gewone zwart/wit gevlekte koters (poezen) Bontje en Kulotje (Culotte?). Op de film vecht Kulotje tussen de nieuwe struiken een robbertje met Pluis. Korte tijd later moet Kulotje afgemaakt worden [waarom?].

Dikke Smurf komt sinds de nieuwe poezendeur (het ronde gat in de paardestal) niet meer binnen. Hij gaat er vandoor geloof ik.

Eind 1970 komt nieuwe visite opduiken: Tom Poes, zo weggelopen van heer Bommel. Maar de familie van Tom Poes vindt dat hij thuis moet blijven (wie?). Uiteindelijk neemt Poe de kuierlatten en trekt bij ons in; na twee maanden komt de familie weer: "we misten hem opeens". Toch blijft Poe, na een kort afscheid thuis, bij ons wonen (dat is vijf).

Tweede Pinksterdag, na visite de vorige dag (Moppy rent rondjes), komt Mik niet voor het laatst thuis eten en trekt de wijde wereld in. (Dag Mik en weer 4: Pluis, Katja Smurf, Bontje en Poe).

Ondertussen heeft Katja Smurf weer een kunstje laten flikken met een Cyperse kater. Begin mei (1971) is het zover -oma Smurf heeft een week eerder ook gejongd, 5 stuks waarvan enkele te vroeg zwemmen wordt geleerd. Katja krijgt 4 dochters en één zoon, welke voor Rotterdam is bestemd en wordt vast Careltje Petat (Sareeltje). De anderen Sjarlotje, Kifje, Minet en Vlekje.

Gezamenlijk poepen ze in de vakantie het hele huis vol (wij zijn naar Torremolinos met het vliegtuig) en tante Gré maar krabben! Als we weer thuis zijn vallen we bijna voortdurend over slapende hoopjes kat. Het wordt gezellig: negen stuks!

De wereld houdt kennelijk op bij het voetbalveld: Mik gesignaleerd. Met blik eten gan we de bosjes in: dag Mik. Negen katten eten, slapen en knorren gewoon door. De kleintjes poepen nog graag onder het bed.

Kareltje gaat op kamers wonen en Vlekje gaat een grote herder in Nieuwpoort gezelschap houden.

Eind zomer (1971). Poe heeft een deuk, Pluis een kapotte nagel. Samen gaan ze naar de dokter. Als we ze gaan halen is Pluis al onderweg . . Na enige weken moeten we aannemen dat Pluis de weg is kwijtgeraakt.

Inmiddels heeft Snuitje Smurf de kattenvoordeur ontdekt en weer komt een buurkat bij ons zijn intrek nemen (Pluis met een witte snuit). Sjarlotje gaat op stap: richting Tiendweg via de Producent komt ze weer thuis. Minet is nu bedpoes bij Tom. Kif en Sjarlot gaan in de boom slapen: 't vrouwtje en Smurf gaan samen zoeken. Op de zevende dag scharrelt een zwart duiveltje langs de dijk: na een nacht logeren komt hij bij ons in huis wonen: pikzwart en nat én bereklein!

In oktober als de blaadjes gaan vallen verdwijnt Tom Poes met de noorderzon. Dag Poe . . en toen waren er nog 6+een.

Inmiddels na een zachte winter (1971-1972), de poezen hebben nog geschaatst, is het weer maart geworden. Alle poezen hebben een leuke tijd, voor één poes is het de laatste pret: op 13 maart wordt Bontje platgereden op de dijk, het was de eerste poes die onder een auto kwam. Verdomme precies een maand later wordt Moortje doodgereden: nog voordat zijn streken op de film zijn vastgelegd. Met zijn pootje melk uit een glaasje of van de kraan likken. Daarna plassen in de afvoer in de aanrechtbak. De anderen hebben wel het plassen nageäapt, maar het kunstje van het likken hebben ze nooit begrepen.

Nu hebben we alleen nog Smurfen: Smurf, grote Smurf, Snuit en (Sjar)Lotje, Kif en Minetje.

Na maart komt mei en de gevolgen zijn zichtbaar: Smurf is net een wandelende ballon. Minet was er ook vlug bij, die hebben we maar laten steriliseren. Op 8 mei werpt Smurf 5 jongen: 4 poezen en één rode kater. De zwarte, 'n witte en de katers overleven de eerste dag. Smurf en Minet brengen ze samen groot.

Vier weken later zijn Kif en Lotje aan de beurt. Kif begrijpt er niet veel van, maar heeft toch vijf jonkies: één rooie kater vinden we mooi genoeg. Een dag later kruipt Lotje ook in de doos en legt er twee zwarte katers naast (7 juni). Samen dus drie katten grootbrengen.

Smurf (+3), grote Smurf, Snuit, Lotje (+2), Kif (+1) en Minet maakt samen 12

Na de bootvakantie (b)lijkt Snuitje weggepest?! te zijn. Het hele huis is net een grote kattenmand waarin 10(?) katten rondhollen. De rode kater van Smurf gaat naar Moniek en het witte poesje gaat begin augustus naar Utrecht (Mieke). Nu zijn er nog acht. Op de laatste dag van augustus(1972) komt er een nieuw modelletje bij een grijs katertje: Muis (9). Nauwelijks twee dagen verder krijgt Lotje nog wat kroost; één gekleurd katertje blijft (10) even. De volgende dag gaat Smurf ook naar boven en krijgt 's-nachts 5 jongen en gaat dan wandelen. Als ze 's-morgens terug komt legt ze er nog twee bij, dat is zeven. Het opvoeden gaat niet zo best deze keer. Lotje pikt het ene overgehouden jong van Smurf en legt het bij d'r eigen miezertje wat een nacht later dood is. Smurf laat de grote katten weer zuigen. Na 14 dagen laat Lotje Siepie weer alleen, we leggen het maar weer bij Smurf.

Minetje blijft zomaar weg. En toen waren er weer 9.

In januari 1973 worden er 4 katers gekastreerd. Siepie is eindelijk van de schijterij af en blijft toch maar, vanaf nu heet hij Piggelmee. Als Piggelmee eindelijk een kat wordt trapt Aty hem plat: hij hinkelt verder (8 februari 1973). Maar ook dit gaat over. Piggelmee maakt carriére en het "schoolprojekt" AvBR noemen we naar hem: 2 maart 1973!. Precies drie weken later wordt Piggie aangereden en dood: Jan de Graaf maakt een kuiltje. Plotseling lijken de andere acht een saai stelletje. Op 11 mei wordt nieuw kroost geboren: Kif, Sammy, Smurf en later Lotje krijgen ±12 jongen, een nieuw Gijsje en een nieuw Moortje blijven. Samen drinken ze bij Sammy en Sammy drink bij Smurf. En toen waren er weer tien! In de long hot summer van 1973 komt Sammy om op de dijk als de anderen net een vlooienbadje krijgen. De kleintjes zijn nu 8 weken. Kif is zo mager als brandhout. Tijdens de zomervakantie worden twee kleintjes doodgebeten, als we niet gauw verhuizen blijft er geen kat meer over (het bouwen in Oosterhout is al aan de gang). Smurf is weer hoogstzwanger en Lotje is ook weer dikker als normaal. Op 28 juli heeft Smurf weer 7 jonkies; twee rode katertjes blijven erbij. Als we in O'hout de dozen aan het stellen zijn (vrijdag 7 mei 1973) krijgt Lotje er weer vier. Eén cypertje overleeft de zaterdag. Eind augustus blijft Lotje lang weg: buurman Stigter schiet niet alleen op eenden . . . Gijs is ook verdwenen (22/9), 't cypertje heet inmiddels Ertje. De rode kater die naar opa gaat heet al Patatje. De andere rode wordt onze nieuwe Gijs.

In Rotterdam is Careltje al weggelopen, Patatje heet in Rotterdam Prutsie en is al weggelopen, een grote zoekaktie heeft hem weer teruggebracht (na de vakantie gaat 'ie met Hannie mee naar huis).

Onze nieuwe Gijs heet Dikkertje Dap; ze zijn ook even gek, mauwkezen. Natuurlijk zijn in het voorjaar van 1974 Smurf en Kif weer in verwachting. Met de op handen zijnde verhuizing wel zaak een plekje voor wat jonkies te vinden. Opa, Margriet en de meester van Eugenie willen er wel een dus we houden er drie. Plotseling komt er in mei een klein rothondje met een knik in zijn staart bij, hij loopt wat anders dan andere honden dus heet 'ie voortaan Hobbeltje. Hij past ook in de Finnark 75 en kan zijn plasje lang ophouden.

Als we dan echt gaan verhuizen leggen Smurf en Vleer het loodje, evenals het poesje voor opa , die al een katje in Rotterdam heeft. Kif blijft op de boerderij achter en Poe'tje (Pouderoijen) gaat naar Marijke.

Op 3 juli 1974 zijn ze dan in Oosterhout en moeten nu binnen blijven, Muis heeft flink de pest in. En dan zijn we ook nog een hele vakantie met de boot weg.

Het binnenhouden heffen we op nadat ze voortdurend tegen de ramen springen. Anneke vindt het niet leuk want ze eten de kaas van het brood wat buiten staat . . .

Het gaat zo drie jaar z'n gangetje. Muis heeft wel de pest in want dat keffende kreng is groot geworden en heeft een eigen wil. Ert en Knor zijn dikke vriendjes geworden. Muis gaat regelmatig uit logeren in de buurt. Driemaal eten in de buurt is niet goed voor z'n lijn. Hij gaat ook nog wel eens het bos in om een jong konijntje te vangen, over de sloor via het dammetje en hoeps! Maar het ergste komt nog (sept 1977): Aty en de kinderen ontdekken op de Molse dierenmarkt een zwarte "tekkel" met héééle lieve oogjes. Een paar uur later heeft Hobbel er een vriendinnetje bij en ze ravotten door het huis. Hobbel blijkt ook weer hard te kunnen kopen, maar Muis heeft het wel gezien, weer zo'n kreng met van die hele scherpe tandjes zonder ontzag voor de baas en hij zoekt zijn heil in de Grotenhuisstraat. Af en toe komt hij nog wel eens bij ons kijken hoe het gaat. De avonturen in de Grotenhuisstraat duren tot de zomer van '79 als vrouwtje Fleur verhuisd, we zijn van een hoop ge'OH verlost. Nu blijkt ook de van Beugenstraat goed voor wat (ongewenste) visites. Op 18 sept. 1979 is het gebeurd: even niet opletten met oversteken en muis is na zeven jaar van ons heengegaan . . Een jaar later let Knor ook niet op met oversteken bijna op dezelfde plek.

In december doet een zwart miniatuurkatje (*17 okt '80 van Noordierse afkomst) zijn intrede. Als 'ie groot is in het voorjaar zit hij Molly achtena in plaats van andersom. We hebben dan dus twee katten en twee honden, kleintjes.

In de zomer van 1981 gaan ze zelfs mee naar Denemarken op de boot van Marius en Marijke (de dames zijn met de Bedford gekomen de heren en Babs en Bas met de boot; Tom is naar Engeland en Mirjam naar paardekamp). Samen gaan ze mee op de trektochten met de Bedford, de kinderen hebben het wel gezien.

Tom die vanaf juli 1983 in Utrecht op kamers woont, loopt in Hoogstraten tegen een hondje aan in de Stadsherberg waar we met de Marckriver spelen: Boomer. Daar was hij aan komen lopen tijdens de kermis. Uiteindelijk mag hij hem meenemen.

Hobbeltje gaat vanwege de hitte -ze was tenslotte al 10 jaar oud- niet mee op vakantie naar het hete Spanje. Het was de laatste kans. In de strenge winter van 84-85 wordt ze ziek. Na nachtenlang waken overlijdt ze op 15 januari 1985 om halféén 's-middags bij de dierenarts in Rijen. Ze vertrekt naar de eeuwige konijnenvelden, de ingang ligt vlak naast de keuken!

Een advertentie in De Stem meldt dat een schat van een Jack Russel terrier (*22 mei 1987) dringend weg moet van een flat bij een oude dame. Met een hele mand speelgoed arriveert ze in Oosterhout en van schrik (Hobbel†) moet ze zo gauw mogelijk gesteriliseerd [overigens bleek het inentingsboekje 'vervalst'].

Bas vertrekt in 1989 naar het Zwaanshals in Rotterdam om te 'studeren'. Het zwarte katje dat Fluffy is gaan heten gaat af en toe mee om de muizen te vangen en uiteindelijk blijft ze daar: een huis alleen! Wat een rust, maar vogeltjes vangen is er helaas niet meer bij. Molly en Ertje zijn samen alleen.

Nu blijft Molly thuis vanwege de Spaanse warmte. Sacha, want zo heet ze, wil al voor we Salvatierra ontdekken te willen blijven, een vooruitziende blik? Ze neemt aan het meer in Aldeavieja de tijd voor een lange wandeling. Dat doet ze op Oudejaarsdag 1989 nog eens. De hele familie zoekt Oosterheide af, ieder witte plastic zak hebben we gezien tussen de struiken. Om precies middernacht stuift ze weer binnen geschrokken van al dat lawaai.

In het voorjaar kan Ertje niet meer op het aanrecht springen. 's-Avonds valt hij om en we leggen hem in een doosje te slapen. Om 01.45 slaap hij in en we leggen hem naast Hobbeltje [*8 mei 1973, † 4 maart 1990]. Bijna 17 jaar geworden.

Tom woont inmiddels in de Ebenhaezerstraat, daar trekt Kobus bij hem in. In de zomer van 1993 verhuisd hij naar Achthuizen met Boomer en Kobus. In 1997 verhuist het wagen- en dierenpark naar Oude Tonge.

Molly is inmiddels de schrik van Salvatierra geworden, maar door ouderdom kan hij al vaak niet mee. Hij is nu doof en blind. De laatste keer is najaar 1993/voorjaar 1994 [?] maar hij valt gewoon van de rotsen bij het meer. Hij overleeft alles. Thuis rondjes lopen, in de tuin rondjes lopen. Hij valt regelmatig in de vijver, tot vijf maal toe vissen we hem er uit. Het lijkt wel of 'ie het expres doet en uiteindelijk is het op 21 juni 1994 's-avonds de laatste keer: we vissen hem er weer uit. Maar hij komt er niet meer van bij . . . Hij hoeft niet meer in Terheijden te logeren die zomer.

Fluf en Bas zijn in het voorjaar 1994 bij Chantal, Eefje en Ingeborg ingetrokken [op de Rozenlaan; het Zwaanshals wordt verkocht]. Fluf maakt zich weer boos.

Als we na de operatie nieuw dak (zomer 1994) uit Spanje terugkomen ligt Eefje in de tuin begraven. In september volgt Fluf en op 7 oktober komt de laatste -Chantal- naar Oosterhout terug. De poesies zijn op!

Maar het leven gaat verder en ze vinden in Amsterdam een trio'tje zwarte rakkers die het huis aan de Rozenlaan weer onveilig maken en overal inklimmen, ze programmeren en ze voetballen. Alles kunnen ze! [namen?]

Sas is ook maar alleen zo, we zien in de krant allerlei Jackies, ze zijn erg populair. [Angèle Krul smokkelt in het voorjaar 1994 een Jackie mee uit Engeland]

In de Telegraaf van 24 december vinden we een Jackie in Lunteren, een week later is 'ie er nog en we gaan eens kijken. Afkomstig van een Engelse vader en een Nederlandse moeder -die heel erg op Sas lijkt- staat een bijna geheel wit mormeltje in een stal bij de koeien. Ondanks de dichtgespijkerde betaalautomaten gaat hij (Spotty van Lunteren) mee naar Oosterhout. Sas begint aan zijn (haar) tweede jeugd. Spotty is in een week al een hond geworden.

De poesjes gaan van de Rozenlaan mee naar Capelle a/d IJssel en van daar verhuizen ze zonder Ingeborg mee naar Groningen. Eind 1997 krijgen ze gezelschap van nog twee poezen en een Kat. Spotty heeft inmiddels al reeksen egels te pakken gehad en de hekken in Oosterhout zijn een stuk hoger tegenwoordig. Ook in Salvatierra is het hem eens gelukt.

Zomer 1998 komen de poesjes alle vijf mee terug naar 'Terheijden', niet iedereen is er even bij mee. Wellicht de oorzaak van het verdwijnen van Muis en Daan. Karel blijft over met Frits en Morris, maar ze krijgen op 30 juni 1999 een nieuw baasje: Senne. In de zomer van 2001 vertrekken ze naar een Vlasboerderij in Dreischor.

In het voorjaar van 1998 komt Ko van Tom bij ons logeren, het beest zit de hele dag alleen thuis en Tom zit veel bij Imelda. Tijdens de Paasvakantie gaat Ko nog een weekje terug, mar de zomer gaat hij mee naar Salvatierra. Hij gaat zelfs met ons me zwemmen, vroeger wilde hij dat nooit!

Spot kan in een wilde bui bij Ko nog wel eens aan zijn oor hangen, maar meestal gaat het goed. Totdat Ko ziek wordt (2000-2001), het gaat in het voorjaar 2001 steeds slechter en hij kan niet meer lopen opeens, samen met Tom (op zijn verjaardag notabene) brengen we hem op 5 maart 2001 naar de dierenarts: hij krijgt een spuitje.

Na de zomer in 2010 (we zijn i.v.m. de verbouwing maar kort in Salvatierra) gaat Sacha ook achteruit. Naar de dierenarts en ze gaat op streng dieet, dat helpt goed, ze komt er weer bovenop. Maar eind oktober (de verbouwing loopt ten einde) gaat het opeens veel slechter en op zaterdagmorgen 10 november om 7.45 uur blaast ze de laatste adem uit en krijgt ze een plekje in de tuin.

Via casemanet zien we een klein overbodig geworden Jackie in Utrecht. Hij is met veel zwart en mooie bruine randjes aan haar oor. Ze gaat mee naar Oosterhout op 25 januari 2002. Voorzien van eigen hok (bench) en andere spulletjes. Koopje! en heel lief, dat vindt Spotty zelfs!! En Senne ook. Oorspronkelijk komt ze uit Hoog-Blokland, ze heet Mikkie.

Samen zitten ze jarenlang in Salvatierra voor het vuur in de keuken.

 

En als alle anderen is Mikkie gek op auto's, hij kan er de hele dag in slapen.

mik71s
poesoma170x253shkl
poesmoedertjes
poesjonkies
zwartje170x129shkl
piggelpoes170x114shkl
piggelpoes170x114shkl1
poezendeurs
molly2s
fluffy2s
hobmols
SpotSneeuws
naar boven
SpotEnMiks
MikLadas
Spot18jaars
BandaMikkie
IMG3602
JolliBanda1
IMG5579
mikspot

Het leven gaat zijn gangetje en Spot is nu al 18 jaar een beetje dement, maar nog steeds taai!

Maar aan alles komt een eind, zijn achterpootjes doen het niet meer en ligt maar wat te piepen in zijn mandje, op 27 februari 2013 laten we hem inslapen. Dan zijn ze nog met z'n tweeën, maar Mikkie loopt een baarmoeder kwaal op en gaat erg achteruit (zomer 2013). Ze slaapt vanzelf in op 11 juni 2014, ze liggen naast elkaar in de tuin.

Ze zijn even een poosje met zijn drieën geweest want we vinden weer een weesje dat weg moet wegens allergie van een kind. Hij heet Banda, hier samen nog met Mikkie op de bank.

Daarna hebben we nog maar één hondje, maar hij maakt drukte voor twee!


 

 

Tja, dit zak een dubbeltragische foto worden: Tom overlijdt op 27 okt. 2015 en Banda op 7 juli 2017 onderweg naar Tarsac ... Dit jaar precies 50 jaar geleden gebeurde dit ook met 'onze' eerste hond ...

 

 

 

En omdat hij zich alleen toch een beetje verveeld als we in Oosterhout zijn gaan we in Frankrijk op zoek naar een nieuw vriendinnetje ... een Brague Mignon Rapide (2016).

 

 

 

De allerlaatste foto van Banda op 7 juni 2017. Jolie is nu alleen ...


 

 

.

Lady
Beestenboeknaar boven