Latebra

De aktiviteiten begonnen op twee fronten, het huis behouden en bewonen en het dorp behouden. Naast het klussen aan/in huis maakten we ook gelijk een opmeting van het hele dorp. De brief aan de Confederacion bracht ons twee jaar later in kontakt met Pilar en Ma.Jose.

Pilar had in het kader van haar studie Middeleeuwse Geschiedenis aan de Universiteit van Salamanca haar oog laten vallen op Salvatierra. Toen zij daarop in gesprek kwam met de Confederacion del Duero overhandigden zij onze brief aan haar (de vage kopie van deze afgestempelde brief is het enige bewijs van onze aktie hun richting uit). Opgeborgen in het dossier: Explotacion, Expropiaciones.

Vervolgens schreef ze ons een brief die we juist voor vertrek uit NL ontvingen. Daarop hebben wij verder kontakt met haar gezocht. Dat was het begin van veel lange gesprekken en aktiviteiten.

Begin jaren '80 waren er onder aanvoering van de toenmalige jeugd al initiatieven geweest om het dorp te restaureren.
In 1982 werd er zelfs een officieel rapport geschreven over hoe dit aan te pakken, maar toen bleek dat de bewoners dan niet meer dan 2 stuks vee mochten houden hield het op. De busreis naar La Alberga trok ze ook niet over de streep.
In de sfeer van opbouw- werk werden er wel verbeteringen doorgevoerd in het dorp, maar verder dan 125V, en waterleiding tot de voordeur en riolering kwam het niet. De straat- verlichting bleven peertjes

Ons nieuwe initiatief diende eind 1993 een rehabilitatieplan voor het dorp in. Uiteindelijk kwam er de toezegging dat een aantal gebouwen door Latebra mochten worden aangepakt. Wel zelf voor fondsen zorgen!

Conf1345x474shklConf2345x474shkl
LaVilla700x504shkl

Het is bijna onmogelijk twintig jaar samen te vatten: er lopen verschillende lijnen langs elkaar: initiatieven om gebouwen in het dorp te restaureren en opnieuw in gebruik te nemen, ons huis in stand te houden en de bevolking te stimuleren het eigen dorp meer te waarderen. Uit eerste uitspraak dat het einde van het dorp in zicht kwam (1989) bleek een zekere moedeloosheid, dat het dorp een belangrijke "stad" is geweest en dat nog uitstraalde voor wie daar gevoelig voor was, drong pas langzaam tot ze door. Voornamelijk omdat die gekke Hollanders zich zo uitsloofden en iedere keer terug kwamen.
De eerste periode ging de toenmalige burgemeester, meestal zelf, aan de slag de onverharde straten met beton te bedekken. Wij maten het hele dorp op en legden alles op foto vast; alles wat niet gebruikt werd stond in te storten. Dat goldt vooral de onteigende bouwwerken. Van wat in gebruik was, werd het dak regelmatig recht gelegd en dat was het dan. Pilar en Ma.Jose reisden heel Spanje af op zoek naar fondsen. Zelf probeerden we het huis in stand te houden met noodvoorzieningen in het dak en het repareren van ramen en deuren. Dat laatste mondde uit in het vervangen van het hele dak en het aansluiten van water en riolering in huis. Latebra diende een onderzoeksrapport in waarin het cultuurhistorische belang van het dorp werd onderbouwd en mogelijkheden voor hergebruik en gewenste financiƫle bijdragen voorgelegd werden. Hoofdzakelijk uit de sfeer van 'opbouwwerk'. Er werd een renovatieplan voor het Carcel ingediend getekend door een Spaanse architect (Ramon Pelaez Pezzi) op basis van mijn opmetingen. Ondertussen begonnen enkele (weekend)bewoners van het dorp zich af te vragen waarom zij hun huizen ook niet opknapten.
Intussen werd een groep jongeren van buiten betrokken bij het opnieuw in gebruik nemen van de meisjes school t.b.v zomerkampen. Deze was in de jaren '80 als jeugdlokaal ingericht, maar begin jaren '90 door de nieuwe generatie (klein)kinderen 's-zomers weer vernield. Zo eindigde ook de Engelse lessen die door ons werden verzorgd. Zelf waren we inmiddels aardig ingeburgerd in het Spaanse (dorps)leven. Als er ergens iets 'technisch' kapot was, werden wij ingeschakeld om het te repareren, variƫrend van stopkontakten, naaimachines, strijkbouten en oude ramen of deuren. Zelfs in de kerk. Regelmatig togen we daarnaast naar Salamanca om overleg te voeren.
Eind jaren '90 is het 'dakenvirus' aardig overgeslagen en zijn er al velen bezig daken op te knappen, een enkel leegstaand huis wordt zelfs geheel gerenoveerd met iets te veel 'nieuwe' bouwnmaterialen, dat wel. De Confederacion en de burgemeester laten alles toe! Inmiddels begint ons 'eigen' huis aardig op orde te komen, we beschikken nu over 220V en telefoon. De nieuwe pastoor (Don Eloy) voert oude gebruiken weer in (Processies o.a.) tot genoegen van de dorpsbewoners. Met de buren leven we op voet van familieleden!

We fungeren tevens als trait-d'union tussen burgemeester en Latebra, de zaken stagneren. Rondom de eeuwwisseling komen de zaken in een stroomversnelling: het Carcel wordt gerenoveerd, zelf met de vut en de schoonzoon (Juan) van de buren zit bij de bank te wensen dat hij met de vut kan. Er wordt een bestratingsplan gemaakt voor het dorp en er schijnt ook geld voor te zijn. De initiatieven van Latebra worden door de overheid overgenomen!! Er is kennelijk opeens geld zat!! De dorpfeesten in de gerenoveerde Alhondiga worden ook grootser gevierd vanaf deze tijd!

buren1345x233shklburen2345x235shkl
carcel345x233shklalhondiga345x233shkl

In de kerk wordt weer getrouwd, Juan gaat met de vut, gaat een corral renoveren en wordt korte tijd later de nieuwe bur-gemeester!

trouwen345x227shkljuan345x233shkl

Voor onze deur is de laatste hand gelegd aan de nieuwe bestrating! Er is niet op een euro'tje gekeken.

De laatste hand aan de zolder is ook gelegd.

PdRio345x228shklzolder345x259shkl

Het gaat ook wel eens mis. Dat blijkt uit het feit dat de woning van Rita die door de bank is verkocht na haar overlijden gesloopt wordt, maar we kunnen nu rustig feest vieren achter het Casa Rural (van beton) op dezelfde plek!

rita1345x235shklrita2345x259shkl
naar boven
Latebranaar boven