automobiliteit

Tot halverwege de jaren '50 waren auto's dingen die een ander had om in mee te rijden of naar te kijken. De eerste bewuste ervaringen met auto's was er een van voorruiten wassen op de parkeerterreinen van de Jaarbeurs. Daar kwam ook het eerste zelfverdiende zakgeld vandaan.

auto's 1oudenrijnsconsul2s
auto's 2
auto's 3
auto's 4

FORD CONSUL (RD-42-66; 1954)
Ergens halverwege 1956 kwam er dan een tweedehands auto: een Ford Consul van de fa. Kooij. Voordat ik zelf achter een stuur kroop zat ik natuurlijk op de achterbank. Ik ken de tijd nog dat mijn vader op de fiets of met de bus (NBM) naar de bouwwerken moest, alleen de PUEM ritten waren met de dienstauto, ik geloof dat de direkteur (hr. Pen) dan zelf reed, met Krop en Beukman er in was de auto vol. Later werd hij wel eens gereden door van Velzen, die vertegenwoordiger van Victoria bronwater was(?). Maar uiteindelijk kwam er in 1956 een 2e hands grijze Ford Consul, een luxe voertuig voor die tijd!! (De eerste file was op 29 mei 1955).

In de zomer van 1956 gingen we proefkamperen op de Veluwe. Op het kampeerterrein Rabbit Hill met de familie v.d. Stad (stedebouwkundige gemeente Utrecht; Kanaleneiland) en Els Julien was al 15 jaar ....

Het jaar daarna bracht de Consul ons (Han, Bert, tante Jo, SR en ik) uiteindelijk zelfs naar Oostenrijk (Sölden, 1957). Het laatste stukje de berg op moesten we wel duwen, want zo'n steil bergpad kon een afgeladen Engelse auto niet aan. Dat was de tijd dat de Wegenwacht naar je salueerde en in het buitenland zwaaiden alle Hollanders ook naar elkaar: wat een avonturiers! !
Een griezelig avontuur in Nederland herinner ik me nog: we reden vaak naar Amsterdam over de nieuwe A2. Ik had altijd de gewoonte 'mee' te rijden, er leek me ook niets leukers dan ooit zelf te mogen rijden. Op een gegeven moment op de terugweg 's-avonds, ik zat achterin, zag ik dat we heel langzaam over de witte streep de vluchtstrook op reden, toen we midden op die streep reden vroeg ik maar waarom mijn vader dat deed: hij schrok gelijk weer wakker. . .

auto's 5
Rabbit Hill
Sölden (A)
auto vakanties
VW1sVW2s
Maarn1960
henkies

VOLKSWAGEN KEVER (SX-06-13; 1955)
In de winter van 1958/59 ging ik in de Händelstraat wonen. De Berini (M21?) van Oom Henk werd opgevolgd door een 2e hands Kever met kleine ovale achterruit. Een type dat 's-winters nogal eens door hemzelf aangeduwd moest worden: met de hand op het gas en het hoofd tussen open portier en stijl, hollen maar en op tijd instappen. Van die Kever kreeg ik het wanneer ik eens achterin moest zitten al benauwd: hoe moest je daar uit komen als er een aanrijding was? Een open dak was wel het minste wat een tweedeurs auto moest hebben vond ik toen al. Dia uit 1960 op de Camping Rocamadour, foto links.

In 1961 kocht hij een nieuwe met grotere achterruit (wit, kenteken ??-??-HD), dia van voor de deur, waarde in 1963 Fl. 3000,-. Foto rechts, met de kindertjes v.d. Kaaij op de voorgrond. Dat van die HD heb ik onthouden: dat was van Help Douwen -van de SX- dan lagen wij nog in bed helaas voor hem;-)

PEUGEOT 403 (ZP-92-75; 1958)
In 1958/59 kocht mijn vader een Peugeot. Op die leeftijd ging ik nog al eens mee naar de bouw. In die auto heb ik ook rijden geleerd. In het bos van Laag Kanje waar we een huisje hadden mocht ik de aanhanger achteruit parkeren en tijdens het autowassen op de Leidseweg reed ik stiekum een rondje Krügerstraat om hem om te keren. Op straat kon je immers niet staan tijdens het autowassen, daar was het te druk voor. Met die auto zijn we in 1960 naar Italië geweest en zelfs langs Sölden, waar de weg inmiddels was doorgetrokken naar Italië!!

Dit is wel het type auto waarin ik mijn eerste eigen rij ervaringen heb opgedaan. Het zou bijna 50 jaar duren voor ik weer in een Peugeot 403 zou rijden in Tarsac.

 

ANECDOTES
Met de band, in dit geval het Trio Ed Schulte moesten we naar Amersfoort. George, Rob van Heelsbergen en ik. In een Rover P4 van de pa van Rob, mooie auto maar erg smal. We kregen de spullen er amper in. Op een gegeven moment werd ik het zat, ik glipte er uit en voor ik de deur dichttrok riep ik OK. Ik stond buiten en zij reden weg, totdat ze in de gaten hadden dat ik er niet in zat (haha).

Zo zijn er meer herinneringen aan het autogebruik van anderen: de Opel Caravan van Garage Alberts die regelmatig mee mocht met Dolf aan het stuur, beter dan met de fiets of de bus naar het optreden. Zeker toen we ook nog eens buiten de stad gingen optreden. Of op 'nazorg' naar de fans bv. in Amersfoort later. Wel achterin liggen als er 'visite' mee moest rijden.

Voor het rijbewijs kwam hadden we dan nog het DD Volkswagenbusje van de Avalon Jazzband, waar we later mee naar naar Texel en Spanje zouden reizen. Het stond voor de deur na het optreden met George, hij met zijn drumstel, ik met de contrabas en allebei een fiets: alles ingeladen en moeizaam naar de Jutfaseweg gereden, daar bleek dat de handrem er nog op stond;-) Hebben we in maart 2007 weer om gelachen!

VWs
RQuatres

Een droomautotje in 1950

Zo zag de SX-06-13 er uit!!

peu
bijTinga3
item6
item7
matchPuchnieuwspuch1

De gedroomde Matchless, maar het werd een PUCH 250SG, de mijne had ik wit geschilderd.

Dit zou dan eindelijk de eerste eigen ervaring worden in het verkeer, wat was het toen nog heerlijk rijden in Nederland, waar de eerste file tijdens de Paasdagen (1955) op Oude Rijn een bezienswaardigheid was. Meestal hoefden we er thuis de deur niet voor uit, als in het voorjaar de Bollen in bloei stonden reed iedereen op de terugweg met een bloemenslinger op de motorkap via de Leidseweg de stad weer in.

Op de fiets bij Gerardje langs leerde al vroeg dat je je ook anders kon verplaatsen. Hij reed al op een Kreidler Florett met voetversnelling wat toen nog verboden was. Even later stond er een Matchless (G9 500cc) met het dikke zadel. Die was te koop, maar SR wilden geen bankje spelen en dat ging dus niet door. Die zomer (1961) ging ik bij schilder Klaucke uit ter Aa werken* en dat leverde een aardig sommetje op. In ieder geval genoeg om een Puch 250SG (250cc) over te nemen van een kollega van oom Henk (voor fl. 250,-). Een rode, beetje verkeerde kleur rood dus die ging helemaal uit elkaar om hem netjes wit te schilderen. En zo kon ik het stadium van brommer rijden royaal overslaan en volgens mij was dat nog goedkoper ook. Ik heb er nog een uitgavenlijst van in een oude agenda. Op de Adelaarstraat zat een dealer. Na de aankoop kwam er nog van alles bij voordat hij weer mooi en rijklaar was, totaal was het fl. 440,- (13 maart 1962). Zo te zien bedroeg de Wegenbelasting ƒ 10,50 per kwartaal. Uiteindelijk heeft 20 maanden motorrijden ƒ 588,- gekost exclusief benzine. Van verzekering had toen nog niemand gehoord. . . Daar ging in 1964 de verkoopprijs weer van af. Gemiddelde snabbelinkomsten uit de verschillende optredens met de band bedroeg toen ƒ 45,-/mnd.

Het motorrijbewijs kwam in de zomer van 1962 kort na mijn 18e verjaardag. Lesnemen was alleen nodig om het benodigde voertuig te lenen en theorieles te krijgen. Op een Bella, een soort rijdende plee met voetversnelling. De instructeur met lange leren jas achterop en zelf in je overhemd zonder helm (niet verplicht nog). De enige verplichting in die tijd was sinds 1957 de snelheidslimiet van 50 km/h in de stad. Alhoewel de instructeur na 7 lessen weinig gaf om mijn prestaties, slaagde ik de eerste keer. Dat was vooral te danken aan het zg. proefrijbewijs: toestemming om 6 weken zonder rijbewijs te rijden, waarvan de eerste 3 weken buiten de singels (binnenstad). Dan reed je dus 'iets' vrijer dan een instructeur nodig vond. Totale kosten voor het rijbewijs was fl.73,85 (agenda 1962, wie wat bewaart, heeft wat!).

Het witte uiterlijk met het Puch embleem bleek naar de mening van norse motoragenten teveel op 'hun' witte politieBWM te lijken (het Puchembleempje leek veel op BMW maar was groen en niet blauw), waardoor ik erg vaak werd aangehouden. Ik reed een keer thuis van de stoep af, toen er juist een politie auto langsreed die op de hoek direkt omkeerde. Mijn moeder stond voor het raam, zag dat en begon gelijk op de ruit te kloppen (slaan?). Ze zagen af van de achtervolging! Een andere keer ging ik voor mijn vader in de stad (Utrecht) naar de verbouwing van neef Leo kijken, en weer werd ik achtervolgd, maar ik was iets sneller: motor langs de kant en naar binnen naar de verbouwing. Opeens stond ook de hermandad binnen. Ik weet niet meer wat hij vroeg, maar ik vroeg hem van wie hij toestemming had om hier binnen te lopen, dat had een lachsalvo van de bouwvakkers tot gevolg, waarop hij maar verdween.

Met dikke jekker of zeilpak tegen de regen en het zeiltje om de tank reed ik het hele jaar door. Tot op een avond laat terug uit Rotterdam, het zal voorjaar 1963 geweest zijn, kreeg ik een lekke band bij de afslag Bodegraven. Daar sta je dan. In die tijd reed er zo laat nog maar weinig verkeer. Door de (droge?) sloot naar een boerderij waar nog licht brandde: "Mag ik even bellen?" Maar in Rotterdam geen gehoor, dus weer terug naar de weg. Mijn motor bij het benzinestation (Purfina, Reeuwijk, 01829-256) geparkeerd en een briefje met het verzoek om de band te plakken in de brievenbus. Daarna maar proberen te liften. Heen en weer spurtend van de ene naar de andere weghelft stopte er tenslotte een tankwagen en kon ik mee rijden naar Rotterdam. Het laatste stukje naar de Binnenweg te voet. De volgende ochtend naar het benzinestation gebeld en schoonpa bracht me naar Bodegraven, daar bleek de band al geplakt te zijn. Daarna weer naar huis/school (Utrecht).

In september 1963 begon ik aan autorijles: lekker scheuren op het Kanaleneiland in een 'oude' Opel Olympia. Na 10 lessen zakte ik met een nieuwe stugge Record voor het eerste examen, nog 3 er bij en de tweede keer slaagde ik (totaal kosten ± fl.100,-). Begin november had ik dus ook mijn autorijbewijs.

Hiernaast een foto waarop Aty als meisje van 11 op een Ariel (L-52649) van opa van Dam zit!

*Het werken bij Klaucke had om een tweede reden met automobiliteit te maken: het werk betrof het beroemde schilderwerk langs de snelweg naar Arnhem: alle hm-paaltjes, stoepranden, etc. Het stuk naar Veenendaal heb ik zo twee keer gelopen. Van de palen voor het zg. olifantsdraad moest ik dan de zwarte 'plintjes' doen en dus aan de achterkant over het talud lopen en natuurlijk gleed ik een keer onderuit en zat de zwarte verf over mijn kleren tot in mijn oren zelfs! Als het slecht weer was gingen we naar het viaduct in de A2 voorbij IJsselstein, waar de weg over het Gein(?) gaat. Daar staat ook een trafohuisje van SR. 's-Morgens om zes uur op en naar het station, daar werden we opgepikt door de voorman die een duitse deuk Mercedes had. De enige bescherming die je bij dat werk had was de verfbus aan de kant van de voorbij scheurende auto's houden zodat ze niet tegen je aan reden, tegenwoordig zouden er drie gele wagens met zwaailichten achter je rijden voor de veiligheid.
Anekdote: tussen de middag stonden vertegenwoordigers vaak op de vluchtstrook hun boterhammetje op te eten, krantje te lezen en daarna een tukkie te doen. Dan sloop de brutaalste schilder naderbij, gaf een klap op de auto en liet zich van het talud afrollen. De chauffeur stormde dan de auto uit om te kijken wat er gebeurd was, hahahaha ;-)

hemotor170x109shkl

Kijk, dit is die vader in de jaren '40, hij hield niet van motorrijden, hier in de motor van zwager Jan. De held!

Bella
CXLweg170x133

bij Gerard voor de deur in een Frans tijdschrift 2006

item9
atyariel170x220shkl
naar boven
automobiliteitauto's 1auto's 2auto's 3auto's 4auto's 5Rabbit HillSölden (A)auto vakantiesnaar boven